Getuigenis: Uitgesloten. Gepest. En dan jezelf redden.

Pesten

05/12/2018

Steven (23) noemt zichzelf 'ontmoetingsreiziger'. Tijdens zijn kindertijd en puberteit werd hij uitgesloten omwille van een autismespectrumstoornis. 

Ze schudden elkaar altijd de hand, mij nooit. Als ik in de klas iets zei, reageerde niemand. Me beamen als ik wat zei, me toelachen? Niemand. Ik was onzichtbaar en wilde maar 1 ding: er bij horen. Ik trachtte altijd en overal mijn best te doen om goed bevonden te worden en ging daar ver in. Ik richtte me op de juf of meester om aandacht. Dat was een surrogaat, een lichtpuntje. Het maakte mijn niemand-zijn tijdelijk draaglijk. Na verloop van tijd had het een pervers effect. Mijn klasgenootjes lieten me nog meer links liggen en begonnen me te pesten. Ik was 8 en voelde dat niemand me kon helpen. 

->HELP JEZELF/HELP EEN ANDER: ONTDEK DE TOOLKIT OVER PESTEN

Thuis reageerde ik me af: ik was heel druk, maakte constant ruzie met mijn oudere zus. Het was een schreeuw om aandacht, ik was simpelweg kwaad op heel de wereld. Door mijn frustratie thuis te ventileren, genereerde het ook het effect dat zij lastig werden op mij. Ik ben ontelbare keren wenend naar mijn kamer gerend. 

Een verklaring voor mij, een reden voor de anderen
Even werd het beter, toen ik in het zesde leerjaar vertelde dat ik een autismespectrumstoornis had (pdd-nos). Dat nam mijn schuldbesef weg over wat ik toch maar verkeerd deed in het leven. Ik kon eindelijk zeggen: ‘Sorry als ik me ietwat anders gedraag, maar ik kan er niet aan doen.’  Sommige pesters bleken geraakt, huilden en gaven me een knuffel. Niet dat dit zaligmakend was. Na verloop van tijd vielen ze terug in hun oude patroon. Ik werd dan misschien iets minder gepest, maar ook verre van opgevist of aangehaald. De verklaring voor mijn anders-zijn nam het schuldgevoel bij mij weg, maar betekende ook een vrijgeleide voor de rest om dit label te bevestigen. Je bent anders en daarom hoor je er niet bij.

Vakantie nemen van het leven
Ik koos bewust een secundaire school zonder pesters uit het verleden. Ik weet niet hoe het kwam, maar toen ging het van kwaad naar erger. Er kwam fysiek geweld aan te pas: mijn cursussen werden uit het venster gekeild, ik kreeg constant knietjes en mijn haar werd in brand gestoken. Twee jaar lang onderging ik de pesterijen. Ik werd geregeld woedend en nam me ‘s ochtends voor: ‘Vandaag sla ik iemand op zijn gezicht!’ Maar ik was te angstig om het te doen. Ik ging aanhoudend praten met leraren, maar er gebeurde niks. De associatie met school was nooit zo negatief, nooit zo donker. Ik werd wanhopig en doodsbang voor het leven tout court. 

Ik zei elke dag tegen mijn moeder dat ik me ziek voelde, kwam altijd te laat op school. Ik kon niet meer flink zijn, altijd maar flink zijn. Ik hoopte zo hard om met de fiets door een auto omver gereden te worden. Niet dat ik wou sterven. Ik wou gewoon - met de beste reden ooit -  nooit meer naar school. Ik wou vakantie van het leven. En liefst zo lang mogelijk.

Lichtpuntjes. En prille liefde.
In het derde middelbaar kon ik me optrekken aan enkele lichtpunten: mensen die me niet veroordeelden, maar me zagen als wie ik werkelijk was. Ik kreeg GON-begeleiding en kon praten over mijn alleen-zijn. Dat hielp: Ik wilde bovenal gehoord en gezien worden, het was die positieve aandacht die ik als mens zo hard nodig had. Het gaf me de energie om door te gaan. En het was ook een beetje een vlucht. Ik had een excuus om te verdwijnen uit de klas voor die gesprekken. 

Ik zou nooit 'one of the guys worden', maar op de een of andere manier kon ik met meisjes wel  een connectie maken. Met hen kon ik in gesprek, ze gaven me positieve aandacht. Op weg naar huis lukte me dat aardig, maar ook Netlog was een fijn communicatiekanaal. Ik leerde een meisje kennen via  een circusstage. We belden haast dagelijks bijna een uur, konden uithuilen bij elkaar en er werd écht naar elkaar geluisterd. Ze was empathisch zo sterk, dat was een openbaring. Het werd mijn eerste lief. Zij hielp me uit mijn pestzone, opende de poort naar een nieuwe wereld. Ik ontdekte wat je nodig hebt om uit de eenzaamheid te raken: een soulmate. 

Bescherm een ander, help jezelf
Een andere jongen werd gepest. Ik nam het voor hem op en zei: ‘Kijk uit of je krijgt met mij te maken’. Ik maakte me groot en sterk, die jongen werd mijn vriend. Fijne bijkomstigheid: door het voor hem op te nemen, zette ik mezelf uit de wind. Het dwong op een of andere manier respect af. Omdat ik voordien gepest werd, kon ik sneller anticiperen op zijn situatie. Ik was veel assertiever en sterker geworden. 

Ik heb een pak levenslessen meegekregen. Als ik er op terugkijk, ben ik er soms ook dankbaar om. Ik weet niet wie ik nu zou zijn, als ik niet gepest zou zijn geweest. Misschien was ik zelf dan wel een pester geworden, wie weet? Ik herken mensen die gepest zijn geweest, niet zelden zijn het flamboyante persoonlijkheden. Entertainers. Net als ik staan ze niet meer zo stil bij wat anderen van hen denken. Ze gaan compromislozer door het leven. Wie hen vreemd vindt, wordt geen vriend. Ikzelf laat me bovendien enkel nog raken door de dingen waarvan ik wil dat ze me raken. En dat zijn de mooie dingen in het leven. Ik ga bewust op zoek naar lichtpuntjes, schoonheid en passie. Ik wil verliefd worden op mensen, locaties en jobs. Dat lukt me aardig via ontmoetingen met anderen en het verklaart grotendeels mijn drang om te reizen. Ik slaag er ook in om overal ter wereld in een relatief korte tijdspanne vriendschappen voor het leven te sluiten. 

Straf hé? Beschouw het maar als mijn hoogstpersoonlijk, welverdiend en broodnodig amicaal inhaalmanoeuvre.

->HELP JEZELF/HELP EEN ANDER: ONTDEK DE TOOLKIT OVER PESTEN